De bevrijding van Groningen

image

Het is een van de verhalen die mijn vader vertelde over de bevrijding van Groningen. Dit jaar zeventig jaar geleden. Hij had een paar herinneringen aan die grootse gebeurtenis uit zijn leven. Hoe hij in de tuin van het ouderlijk huis aan de Kerkstraat in Hoogkerk een doedelzakspeler van een Canadees-Schots regiment hoorde spelen. Sindsdien associeerde hij de ijle, weemoedige tonen van doedelzakmuziek met vrijheid. Hoe hij vanuit diezelfde tuin, in de verte, zijn geliefde stad zag branden. “Wat zal er nog van over zijn?”

Ik bezit een plank ‘Bevrijding Groningen”. Ik ging er laatst weer eens door heen. Las bijvoorbeeld in een inmiddels uitverkocht boek met zelden gepubliceerde foto’s. Krachtige beelden zijn het die de gevechten heel dichtbij brengen. Tijdloos maken. Eelderwolde, een lange rij tanks die klaar staan om de stad binnen te trekken. Je hoort de motoren stationair draaien, ruikt de olie, de soldaten roken, praten wat, lijken ontspannen, ongewis van wat ze verderop te wachten staat. Zware gevechten zullen het worden, waarin tientallen van die jongens zullen sneuvelen. De halve binnenstad aan puin gaat. Straat voor straat zullen ze de stad moeten veroveren. Misschien was er die ene soldaat wel bij die aan de Paterswoldseweg, tegenover de kleuterschool waar ik in de jaren vijftig zat, sneuvelde.

Ook die foto van een Canadese soldaat heb ik lang bekeken. Op zijn buik in een tuintje aan de Parkweg. Daar liep ik langs in “het rijtje” als we naar school gingen. Hij heeft het wapen gereed, het tuintje is er waarschijnlijk nog. Zelfde perkje, zelfde planten. Met dit verschil dat er nu waarschijnlijk een Boeddha staat.

Mijn vader sprak wel eens over wat hij na de bevrijding zag op de Vismarkt. In de Korenbeurs waren gearresteerde collaborateurs geïnterneerd. Het plein er voor diende als luchtplaats. Mijn vader stond eens tussen andere Groningers die daar rijen dik om de Vismarkt dromden. Hij voelde schaamte. Naast hem stond een Canadese militair die het ongemak onder woorden bracht. Het luchten van gedetineerden doet men niet in het openbaar. Hoort geen vertoning te zijn. “Is this the way you treat your enemies?” vroeg hij. Mijn vader draaide zich om en liep weg en heeft dat spektakel nooit meer bekeken.

Na het bekijken van die bundel ging ik naar de -geweldige- Beeldbank van de Groninger Archieven. Op zoek naar mogelijk pas ontdekt materiaal. Zocht op youtube. En vond daar tot mijn verrassing beeld dat ik niet kende. Een lange rij mannen loopt rondjes over de keien van de Vismarkt. Rijen dik kijkt het publiek toe: de herinnering van mijn vader, tijdens een van die voorjaarsdagen in 1945, is vastgelegd.