Stripboeken met een enge kat

Animatie door Hans Spijker gebaseerd op tekening van strippionier Gerrit Rotman (1893-1944)

Ze waren van mijn vader. De vooroorlogse stripboeken. En al stukgelezen toen hij me er uit voorlas. Hij had er als kind in zitten krassen en sommige plaatjes geprobeerd te kleuren. Wonderlijk, want ik kende hem als iemand die uiterst voorzichtig omging met boeken. Voor je er één opensloeg moest je eerst je handen wassen. Bladzijden omvouwen of woorden onderstrepen vond hij een gruwel. Het was ten strengste verboden.

De stripboekjes zijn uiterst zeldzaam. Op internet worden ze te koop gevraagd en nergens aangeboden. Mijn exemplaren vertonen de sporen van de kleine Broekema. Bovendien ontbreken pagina’s en sommige bladzijden zijn gescheurd. Dat maakte, zo herinner ik me, het voorlezen nog enerverender.

De gehavende stripboekjes.

De gehavende stripboekjes.

Kinderverhalen mogen eng zijn. Maar “Snuffelgraag en Knagelijntje” van strippionier Gerrit Th. Rotman (1893), was doodeng. Toch werd ik er aanvankelijk – op mijn aandringen – geregeld uit voorgelezen. Wel sloeg mijn vader steeds meer bladzijden over. Al weer op mijn verzoek.

“Toen liet hij den kikker, levend en wel, in zijn keelgat glijden. Wij rilden van angst en de Baron zei zacht: die arme Groenrok.
’t Was zoo’n brave kerel. Nu zit hij in de maag van Storch”

 

In het leven van de muizen Snuffelgraag en Knagelijntje ligt het gevaar steeds op de loer. De grootste vijanden zijn een bloeddorstige wezel , een reusachtige hamster en een ooievaar.
De laatste verschalkt een kikkertje, in het bijzijn van de muizen.
Die scene verdroeg ik niet. De van vraatzucht verblinde ogen, de doodsbange kikker spartelend in de bek: “Storch wierp zijn hals achterover, zoodat zijn snavel recht in de hoogte kwam te staan. Toen liet hij den kikker, levend en wel, in zijn keelgat glijden. Wij rilden van angst en de Baron zei zacht: die arme Groenrok. ’t Was zoo’n brave kerel. Nu zit hij in de maag van Storch.”

Nog genadelozer dan de ooievaar is Kater de Reus. Tussen zijn geniepige oren draagt hij een geruite, bolle pet. Hij sluipt rond, loert in muizenholen en slaat toe als drie muizen in een keuken met een kaaskorst lopen te zeulen. De Reus grijpt de kleinste. “Met kleeren en al was hij in de groote muil van den Kater verdwenen. Alleen de bloederige staart was blijven liggen.”
Die staart wordt enkele uren later plechtig begraven. Compleet met lijkrede en tranen.

En mijn nachtmerries verdwenen helemaal toen mijn vader plechtig verklaarde dat “Kater de Reus” was weggegooid.
Het was een grote opluchting al voelde ik dat hij loog…

 

De kat met die muis tussen zijn vlijmscherpe tanden, de pootjes en staart bungelend uit de bek vond ik ijzingwekkend. De pagina met die afbeelding werd steeds overgeslagen. Net als de bladzijdes over de begrafenis.
Maar al zag ik hem niet meer, toch zat die tekening in mijn kinderhoofd gegrift. Ik droomde er van. Mijn moeder verbood uiteindelijk de voorleessessies uit de muizenstrip. Voortaan werden alleen nog de Gouden Boekjes, Olifant Babar en W.G van de Hulst en meer onschuldigs uit de kast gehaald. En mijn nachtmerries verdwenen helemaal toen mijn vader plechtig verklaarde dat “Kater de Reus” was weggegooid. Het was een grote opluchting al voelde ik dat hij loog.

Laatst kwam hier thuis De Boze Heks van Hanna Kraan ter sprake.
“Ik vond haar lekker eng” zei onze dochter.
“Weet je wat ik eng vond?” zei ik en haalde die ruim tachtig jaar oude boekjes tevoorschijn.
Voorzichtig bladerden we ze door.
Daar was ie weer met z’n pet en dat staartje uit z’n bek.
Ze bleken tijdloos, die strips van Gerrit Rotman.
Kater de Reus: nog altijd dezelfde griezel.

 

Animatie door Hans Spijker gebaseerd op tekening van strippionier Gerrit Rotman (1893-1944)

Animatie door Hans Spijker ©thisishansu.com