De vermiste jongen

img_5666

Herfst heerst in de etalages. Blauw en grijs zijn hier de kleuren. Pakken, rokken, truien met kabel, sjaals, alles van de beste kwaliteit. Door de straten lopen kantoormannen die pauze houden. Puntschoenen en gelhaar. Maxim draait beelden van camera’s die aan de gevels hangen. Of er wel eens wat gebeurt in Barneveld hebben we eerder gevraagd. Nee, hoogstens af en toe een vechtpartijtje, vertelt de restauranthouder. Afgezien van die akelige overval die hem overkwam.
Vanuit zijn bedrijf kan je het kasteel zien. Hij wijst het me. Daar zaten de Barnevelders zeg ik en vertel, ongevraagd. Als je er tegenover woont moet je, vind ik, hun geschiedenis kennen.
Bij de kerk adverteert een tandarts met een bord  voor de deur. Op zoek naar een Fijne tandarts?
Een smal steegje, tussen twee huizen. Een zijmuur van dure geglazuurde baksteen. Waarom, als bijna niemand het ziet?  Zulke steegjes zijn aandoenlijk, net zoals bushokjes waar nooit iemand staat.

img_5686

De vermiste jongen is veel in mijn gedachten. Hij laat me niet los, al is hij een onbekende. Die achttienjarige die in dat Hawaï-shirt gezworven heeft door de stad die me lief is. Ik heb aan zijn moeder gedacht en geprobeerd me niet voor te stellen wat zij doormaakt.
Bij het pleintje met het beeld van een kip praten we over de stad waar het hele weekend naar de jongen is gezocht. Er komt een vrouw aan. Haar haren zijn grijs en wild. Uit het borstzakje van haar jas steekt een bosje groen.
“Wat filmen jullie?” vraagt ze.
“De bewakingscamera’s” zegt Maxim vriendelijk.
Hij is veel geduldiger dan ik in de beantwoording van dit soort vragen.
“De camera’s zien veel”, zegt de mevrouw met een kruid in haar jas, maar er is één die nog meer ziet. Ik zet me schrap voor een getuigenis. De restauranthouder vertelde dat bij zijn huis twee splinternieuwe kerken staan die zo druk worden bezocht dat er acht regelaars nodig zijn om zondags het verkeer in goede banen te leiden.
De prediking blijft uit.
“Eigenlijk…” zegt de vrouw “eigenlijk zijn het er vier. God, Allah, Buddah en de God van de Indianen.”
Wij vragen naar het groen dat ze bij zich draagt. Ze doet wat smalend, maar op een aardige manier. “Nee, het is geen peterselie! Het is een maggiplant!”
Ze wil dieper ingaan op de God van de indianen. Hoe hij in de ochtend met pijl en boog de vrede brengt.
Maar wij moeten door. Stappen in de auto.  Zetten de radio aan en vallen middenin het nieuws.
De jongen is gevonden.
Het is in alles een herfstige dag.

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren