Afscheid van een auto

IMG_2955

“Heb je afscheid van hem genomen?” vraagt ze streng.
“Ik heb hem zonet schoongemaakt.”
“Je moet lief voor hem zijn, hij heeft veel met ons meegemaakt. Allerlei muziek gehoord. En gesprekken. En heel veel gezien.”
Nee, stellen we vast, hij is niet mee geweest op zo’n familievakantie. Kinderen achterin. Om de zo veel tijd stoppen voor een greep uit de mand met cadeautjes. We draaiden luisterboeken, de Vliegende Panters en Maroon Five. Deze is nooit zo ver geweest. Dat was een veel eerder exemplaar. Of dichtbij. Naar Groningen. Met de fietsjes en het speelgoed achterin.

“We hebben ook es een blauwe gehad met van die glinsterstipjes.”
“Ja, een vergissing. Ik wilde zoals altijd een zwarte.”
We herinneren ons die ene uit hun kleutertijd. Waar papa dol op was, weet ze nog. Omdat hij er in Duitsland zo lekker hard mee kon rijden. En ik doelbewust door de kinderen werd afgeleid om het niet te merken. Dat ze, toen zijn tijd was gekomen, meegingen om hem in te leveren en op de terugweg snikkend op de brandschone achterbank van de nieuwe zaten. Omdat ze er niet zeker van waren dat goed voor oude zou worden gezorgd. We keerden terug. In de garage begrepen ze het verdriet. Met een zak snoep en de belofte te zoeken naar een aardige eigenaar reden we huiswaarts. Verzoend met de nieuwe.

“Ik heb het bij mijn fietsen ook.” bekent ze. Ze spreekt in meervoud want in de grote stad heb je nooit lang een fiets. “Dan sta ik in de stalling en zoek en zoek. En dan ben ik al bijna in tranen omdat ik denk dat hij weg is. Tot ik hem ineens zie staan.”
Haar lievelingsfiets is allang niet meer, weet ik. Met dat mandje. De eerste waarop ze dat grote genoegen om op je eigen fiets door de hoofdstad te gaan proefde. Ik zie haar nog aankomen. Hoed op, flapperende jaspanden (kijk uit dat die niet ergens tussenkomen, dacht ik nog) en dan met die rode wangen van het trappen.
“Dag mam!”
“Zet je hem goed vast? Gebruik je die ketting wel?”
“Jaha, wie woont er nou in Amsterdam ? Jij of ik?”

In de middag brengt een oudere transporteur de nieuwe. Hij legt de navigatie uit. Iets anders dan in de vorige. Het allerbelangrijkste onderdeel van de auto.
“Hij geeft bij het starten aan dat het oliepeil gecontroleerd moet worden. Maar er is niks aan de hand. Een foutje dat er is ingeslopen en ze er niet meer uitkrijgen”, waarschuw ik.
Lelijk vond ik hem. Nooit mijn favoriet geworden. Ook vanwege die akelige dode hoek. Die rare suïcide doors. Toch krijgt hij een klopje op het dak. Daarna rijdt de garagist er mee weg.

“Hij gaat waarschijnlijk naar Oost-Europa” heb ik haar verteld toen ze vroeg hoe het hem verder zou vergaan.
“Ach zielig” zegt ze, “hoe moet dat nou? Daar verstaat hij niemand.”