Ansichtkaart uit Norg

De kaart uit Norg, zomer 1955

Mijn vader was een verzamelaar en een bewaarder. Alles dat ik destijds, bij de verdrietige taak het ouderlijk huis leeg te ruimen, niet kon bekijken is ongeopend meegegaan en opgeslagen. Ook die zwarte ouderwetse  archiefdoos onderging dat lot. Dit zijn tijden om die ingenieuze box te openen. Je klapt hem uit en dan komt er een groene binnenkant tevoorschijn. Groen als het vilten blad van een ouderwets dames-bureautje. De inhoud bestaat uit louter ansichtkaarten. Beschreven en onbeschreven. Ontroerend en onthullend, ze geven onder meer een beeld van de jaren van mijn vroegste jeugd, toen het in de straten zo stil was als deze dagen. Toen er kinderen speelden en je de vogels hoorde.

De archiefdoos

De archiefdoos

Norg was mijn eerste vakantiebestemming. Ik heb nu het geschreven bewijs. Een foto had ik al: mijn grootvader Thomas Broekema heeft me op zijn arm. Met de bus of op de fiets is de zojuist gepensioneerde onderwijzer uit Hoogkerk naar Noord-Drenthe gekomen. Hij lijkt stokoud, maar is die zomer van 1955 nog maar vijfenzestig jaar. Sinds gisteren ken ik de naam van het zomerhuisje waarvoor hij poseert. Het is ’t Sunneke in de Langeloërduinen.

Op de arm van mijn grootvader, Thomas Broekema, in 1955 voor 't  Sunneke in Norg

Op de arm van mijn grootvader, Thomas Broekema, in 1955 voor ‘t Sunneke in Norg

Mijn moeder schrijft in haar kenmerkende, springerige handschrift een kaartje aan haar ouders. Ze wil de vakantiegroet aanvankelijk sturen naar de ‘Ned. Herv. Pastorie’. Vrijwel zeker die van Breukelen. Daar woont haar broer, de predikant Frans ter Beek met vrouw en jonge kinderen. Maar ze vermoedt dat mijn grootouders weer zijn teruggekeerd naar de Beetslaan 19 in Bilthoven. Naar Het Boschhuis.

Het is ‘prachtweer’ schrijft mijn moeder. ‘We zitten hier heerlijk te genieten van vacantie, zon en stilte.’
Ook ‘Plientje’ maakt het goed.

De kaart uit Norg, zomer 1955

De kaart uit Norg, zomer 1955

Ze is kennelijk ziek geweest ‘ik voel me al veel beter, de zon doet me veel goed’. Toen ze trouwde verloor ze haar baan, ze gaf kookles en voedingsleer. Zo ging dat, voor gehuwde vrouwen is in het onderwijs geen plaats.

Kooklerares  Joke ter Beek (vijfde van links) die zoals dat toen ging na haar trouwen zonder baan zat.

Kooklerares Joke ter Beek (bovenste rij, vijfde van links) die zoals dat toen ging na haar trouwen zonder baan zat.

De rest van haar leven zal ze in Groningen wonen, maar die begintijd is het wennen. Speelt een heimwee naar ‘Holland’ haar parten? In Norg heeft ze zich thuis gevoeld. Op het zand, tussen de dennen. Norg herinnert haar aan gelukkige vooroorlogse jaren in Bilthoven. Norg is precies Bilthoven. Ze stuurt het bewijs naar haar ouders: een bospaadje, zandheuvels, een meertje en een zwembad als de Biltse Duinen in het dorp van haar jeugd.

Ze wilden de ruimte, eigen keuzes maken. Ze zouden de teugels laten vieren. Deden dat nu reeds. De jongens met hun gladde haren luisterden naar muziek die hun ouders niet begrepen. Jazz uit Amerika, bigbands. Ze deden aan sport. Vierden met overtuiging hun vrije dagen. Brachten die door in het nieuwe bosbad De Biltsche Duinen. Stalden hun fiets, die ze hun ‘karretje’ noemden, in het woud van rijwielen. Wandelden over de parkeerplaats, vergaapten zich aan de auto’s. Kozen het merk en model dat hun beviel. ‘Later wordt het die daar’.

(Uit: ‘Het Boschhuis’, uit het hoofdstuk Brillantine jongens)

 

De vakantiegroet uit Norg

De vakantiegroet uit Norg